Zorgen om brusje (deel 2)

Een brusje is een broertje of zusje van een zorgintensief kind

(lees hier ‘zorgen om brusje deel 1’)

Juni 2019

‘Mam! Ik ga spelen! Met Pim!’ Stuiter stuiter. Boink Boink. Stralende kop. Och, het is hem zo gegund. Ik had hem gevraagd met welk jongetje uit de klas hij het allerliefste zou willen spelen. Dat was Pim. Met zijn toestemming heb ik de moeder van Pim gevraagd of hij een keer met mijn zoon zou willen spelen. Een week later is het zover. Als ik hem kom ophalen na het speelafspraakje, is hij helemaal in zijn element. ‘Het was leuk!’ roept zijn klasgenoot hem na, waarop mijn zoon in de autorit naar huis tegen mij zegt: ‘Ik denk, dat wij wel weer vrienden zijn hoor mam’.

Een blik terug in de tijd: van eind 2017 tot oktober 2018

Het advies in maart 2018 is dus om onze jongste zoon zoveel mogelijk positieve ervaringen te laten opdoen buiten het gezin. Er zijn af en toe speelafspraakjes. De ene keer gaat het goed, de andere keer minder. Ik hoor en zie wat er gebeurt: als het een speelmaatje is die veel ‘best’ vindt, dan gaat het doorgaans goed en zie ik beide kids genieten. Echter, als het een speelmaatje is die een sterke eigen mening heeft, dan krijgt onze jongste het lastiger. Ook toegeven aan de wensen van de ander, en je eigen wil te laten voor wat het is, is lastig. En als iemand lacht, zie je hem kijken en twijfelen wat er nou precies mee bedoeld wordt. Wat een onrust zie ik toch af en toe in zijn lijfje. Maar vooral: een jongetje die blij is dat hij samen met een vriendje is en die héél graag wil, maar soms onhandig doet.

In de 4 maanden daarop volgend hebben we meerdere nagesprekken vanuit het diagnostisch onderzoek. Daar krijgen en bespreken we dagelijkse situaties en krijgen we tips. Het thema ‘onzekerheid’ staat daar centraal. Door de begeleider wordt onder andere genoemd dat de impact van het gedrag van zijn grote broer best groot is. De uitspraak ‘de jongste in bescherming nemen tegen zijn broer’ gaat in de weken erna onder mijn huid zitten. Ik houd van allebei mijn jongens zo veel, en we hoeven toch niet bang te zijn? Tegelijkertijd weet ik dat het wel klopt, dat de jongste dagelijks teveel negatieve boodschappen van zijn broer krijgt, en zeldzaam tot nooit een blijk van waardering. Dat dat zijn onzekerheid meer en meer voedt en dat dat moet stoppen. Daar zijn we natuurlijk al jaren voor aan het knokken bij de oudste, met helaas minimaal resultaat. De enige oplossing die ik zie, is de jongens zoveel mogelijk uit elkaar houden, ook in huis, om zijn onzekerheid niet nog meer te voeden. En dat is niet zo eenvoudig te regelen…

Masker

In die gesprekken komt ook aan de orde dat de jongste discussies heel lang kan volhouden (net als zijn broer). Dat we gillend gek worden van het continue tegen elkaar in gaan van de jongens, wat steevast eindigt in ruzie. De begeleider geeft aan dat het voor beide jongens waarschijnlijk voelt als gezichtsverlies als 1 van de 2 stopt met discussiëren en dus ‘toegeeft’. In de jongste zijn geval voedt ‘toegeven’ zijn onzekerheid dan waarschijnlijk nog meer. Dit ‘niet willen toegeven’ laat de jongste ook nog dagelijks zien richting ons, ook als het gaat om tanden poetsen, zijn sokken aantrekken en zijn voetbalschoenen pakken. In zijn koppie kijken, is erg lastig. Hij wil er niet over praten, of zegt dat hij het niet kan uitleggen.

Aangezien er geen diagnose is, valt hij buiten de behandeling van deze organisatie. Dus als de paar nagesprekken zijn afgerond, staan we met lege handen en een advies om verder te gaan praten met een kindercoach buiten. Ik voel me verdrietig en alleen, terwijl ik zo naarstig verlang naar hoop en uitzicht op verbetering.

Shit. Ook de juf erkent nu serieus de problemen

In de tussentijd gaan de ruzies en discussies thuis maar door, en staat mijn jongste praktisch elke dag na school beteuterd op het schoolplein omdat er weer geen playdate is. Elke dag probeert hij het weer en komt hij uiteindelijk na een tijdje zwerven over het schoolplein met zijn rugzak steeds stiller naar me toe gelopen. Pakt hij mij hand vast terwijl we naar de auto lopen en zegt hij: ‘Mam, ik wil zo graag spelen’. Thuis is hij veel boos en verdrietig.

Soms zijn er fases dat hij opeens meerdere speelafspraakjes heeft. En die ook echt steeds beter en gezelliger gaan! Hij doet het echt zo goed. En dan zie ik een intens gelukkig kind, en ik merk absoluut dat hij minder in het verzet zit als hij beter in zijn vel zit. Toch komt er in de speelafspraakjes geen vervolg, is er geen continuïteit. En volgt er weer zo’n lange, trieste fase.

In oktober 2018 heb ik een 10-minutengesprek met de leerkracht van groep 5. Zij maakt zich zorgen omdat ze ziet dat hij uit de groep valt, ondanks dat hij zo enorm zijn best doet de laatste maanden met samenwerken en samenspelen. Het slaat niet meer aan bij zijn klasgenoten. Alsof de ‘naam’ die hij in de afgelopen jaren in de klas heeft opgedaan, onherstelbaar is. Ik vind het heftig wat ze zegt. Maar ik voel me nu ook begrepen en serieus genomen. We kijken elkaar aan, en zijn stil. Want hoe gaan we vanuit hier verder? (lees volgende keer verder in deel 3)

2 Replies to “Zorgen om brusje (deel 2)”

Laat een reactie achter op Henny Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s