In de rouw

We zijn bij de dierenarts. De oudste zijn cavia werd plotseling erg ziek en is niet meer te redden. Ik vertel in de auto aan mijn kinderen dat de cavia een spuitje zal krijgen bij de dierenarts, omdat hij niet meer beter wordt en hij dan geen pijn meer zal hebben.

Terwijl alles bij de dierenarts wordt voorbereid en we in dat kleine kamertje staan, kijken mijn ex en ik  elkaar een beetje schaapachtig aan, want in tegenstelling tot de jongens, zijn wij beide in tranen. De jongens stellen veel vragen, en ogen rustig. Als de dierenarts zijn cavia een spuitje geeft, rent de oudste weg. Woest loopt hij naar buiten. ‘Stelletje klootzakken, ze maken mijn cavia dood, waarom doen ze dat!?’. Wat is hij boos. Arm jochie… Zoveel onbegrip voor deze keus; in zijn ogen wordt zijn nog levende cavia dood gemaakt door de dierenarts. Hij wil helemaal niets meer van de cavia of de dierenarts weten en verstopt zich in zijn telefoon.

Eenmaal terug thuis oogt het rustig

Als het gat is gegraven in de tuin en we de cavia erin leggen, wordt het de oudste weer teveel. Hij rent naar binnen, verstopt zichzelf op de bovenste traptrede en duikt in elkaar. Ik ga bij hem zitten, ben stil en ga verder alleen maar mee in zijn boosheid over de cavia. Nee, het is inderdaad allemaal niet eerlijk, en ja, hier mag je zeker boos over zijn. Na een tijdje volgt zijn grote zucht, komen zijn tranen vrij en kan ik hem troosten. Als ik terug beneden kom, zit de jongste op de bank. Ik heb nog geen tranen bij hem gezien. Als ik zeg dat ik naar huis ga, begraaft hij zijn hoofd achter het kussen op de bank, en volgt een enorme huilbui. Geen boosheid bij hem, alleen verdriet omdat de cavia is overleden. Na een lange knuffelpartij, kan ik ze beide rustig achterlaten.

Korte tijd daarna overlijdt een leeftijdsgenootje van de jongste aan een tragisch auto-ongeluk. 9 jaar…  Mijn jongste is er veel mee bezig en heeft veel vragen. Als alle kinderen bij de voetbalvereniging iets in een gedenkboekje mogen schrijven wat naar de ouders zal gaan, gaan ook wij in de rij staan. Als we eindelijk aan de beurt zijn, zit hij geruisloos naar het boekje te staren. Hij kijkt me aan en zegt: ‘Maar mam, wat moet ik dan schrijven, of tekenen? En hij leest dit toch helemaal niet meer?’. Ik leg uit dat de ouders het fijn vinden om te lezen, en hij zelf mag kiezen of en wat hij in het boekje zet. Dan zegt hij: ‘Hij is niet meer op de wereld. HOE dan?’ Ik zeg tegen hem dat hij die tekst in het boekje zou kunnen opschrijven. Uiteindelijk schrijft hij: ‘Jij bent niet meer op de wereld. Hoe dan? Dat vind ik raar’. En hij tekent er donder en bliksem bij.

Het wegvallen van een leeftijdsgenootje komt nogal binnen

Daar waar mijn jongste dagelijks bezig is met het overlijden van dit jongetje, en we er een paar dagen later tijdens het avondeten nog even over praten, zegt mijn oudste: ‘Ik begrijp niet waarom iedereen er zo verdrietig over blijft’. Ik vraag: ‘Lieverd, als ik later als ik heel oud ben dood ga, zal je toch ook langere tijd verdrietig zijn?’. ‘Nou, nee hoor’, antwoordt hij, ‘dan ben je dood en dood is dood’. Nou, dat is nog eens heldere taal. Ik blijf dit soort opmerkingen toch wel heftig vinden: in eerste instantie: kil, gevoelloos. Zo in tegenstelling tot mijn eigen gevoelens. Ik heb dan echt even tijd nodig om te beseffen dat het anders werkt in zijn hoofd en dat het niets met kil en gevoelloos te maken heeft. Uiteindelijk hebben we een mooi gesprek over dat iedereen weer op een andere manier omgaat met de dood en dat alle manieren oké zijn. 

Ik ben blij dat hij eerlijk zegt hoe hij erin staat, maar ook ons de ruimte geeft om te vertellen hoe het bij ons werkt. Op deze manier probeer ik ook steeds meer flexibiliteit en incasseringsvermogen in zijn hoofd te praten. En tegelijkertijd geef ik mezelf daarmee ook een les dat ik me niet zo uit het veld moet laten slaan door mijn oudste zoon zijn confronterende opmerkingen. Ook hij moet zich kunnen uiten zoals hij daar behoefte aan heeft, net als wij. Want de oudste snapt onze gevoelens ook niet en ook wij willen kunnen rouwen zoals wij dat doen.

Uiteindelijk merk ik echt wel aan subtiele dingen dat het overlijden van zijn cavia hem ook de tijd erna nog kan raken. Bijvoorbeeld dat als de cavia ter sprake komt, hij me vraagt of ik er niet over wil praten omdat hij er dan weer aan herinnerd wordt dat hij dood is. En als ik iets op de plek heb gezet waar eerst het caviahok stond, dan wijst hij ernaar en zegt hij: ‘Niet leuk mam’.

En zo leer ik steeds meer hoe het er in zijn koppie aan toe gaat

En ook andersom. Uiteindelijk is dat wat ik belangrijk vind om mijn kinderen bij te brengen: respect voor elkaar, en accepteren van elkaar dat we anders ervaren en anders doen. En daar is uitleg bij nodig. Veel. Zeker bij de oudste, daar waar hij nog erg lastig bij zijn gevoelens kan komen en veel context nodig heeft. En die geef ik dan ook graag.

2 Replies to “In de rouw”

  1. Wauw ja!!! En daar allemaal op een goede manier mee leren dealen voor jezelf, met en naar de Kids toe….. Sjonge dat kan/ moet soms tot uit je tenen komen he?!! Mooi omschreven hoor!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s