De vrees der vrezen: het schoolplein

01-03-2018

5,5 jaar geleden. 2 trotse ouders rijden achter hun zoon aan. Zonder zijwieltjes rijdt hij daar; stralend met zijn bijna 4 jaar. Met zijn rugtasje op zijn rug is onze oudste zoon onderweg naar zijn eerste schooldag. En tegelijkertijd mijn eerste dag als schoolmoeder. Kijk ons staan. Nog een foto. En nog een. Dit is heulemaal het einde! Na de eerste wenuurtjes, haal ik mijn zoon weer op van school. Er staat een vriendje om hem heen te springen, die dolgraag met mijn zoon wil spelen. Mijn zoon en ik kijken elkaar vragend aan. Ehm… ? En nu? Ik vraag zijn moeder dan ook letterlijk: ‘Ehm… ? Hoe werkt dit?’ Lekker bleu.  Uiteindelijk hebben mijn zoon en ik allebei een playdate (hij met het vriendje en ik met de moeder) en worden we allebei ingewijd in de wereld van de speelafspraakjes. Wat een happening en o, wat vind ik het enig kneuterig burgerlijk.

Wat is er een hoop veranderd. Want anno vandaag staat het schoolplein in mijn top 3 meest gevreesde plekken. Heb ik er inmiddels zo’n aversie tegen ontwikkeld dat ik alleen maar aan het schoolplein hoef te denken en het zweet me gelijk uitbreekt. Want hoe vaak heb ik op het schoolplein gestaan, en kwam er een boos jongetje naar buiten. Die woest werd op zijn broertje, die vervolgens begon te krijsen? Hoe vaak kwamen mijn kinderen naar buiten en vochten ze (en dan niet figuurlijk) om mijn aandacht? Hoe vaak nam ik mijn kinderen mee naar huis, zonder speelafspraakjes, of nog erger: de ene wel en de andere niet, en daarom boos en overstuur? Hoe vaak was mijn jongste super-enthousiast als we spontaan uit school gingen picknicken, maar was de oudste aan het schreeuwen dat hij niet wilde? Daar stond ik dan met mijn picknickmand voor de keuze: kies ik voor het ene boze kind, of voor het andere boze kind. Een gezellige keuze leek er niet te zijn.

Van gezellig kletsen met andere ouders transformeerde mijn gedrag zich uiteindelijk naar het mij zo onzichtbaar mogelijk maken op het schoolplein, op een vaste plek, volledig in dienst van mijn kinderen. Een gesprek gaande houden terwijl mijn kinderen uit school kwamen, probeerde ik maar niet meer, want dat moest ik doorgaans abrupt beëindigen door een ruzie. Of ik stond met een ouder te kletsen en mijn kind riep hardop dat haar zoon een lul is. Dan is zo’n gesprek ook best snel beëindigd. Ik wist op een gegeven moment niet meer hoe snel ik weg moest komen van dat schoolplein. En ondanks dat het niet hardop werd uitgesproken, voelde ik de ogen en de vooroordelen van de andere ouders in mijn rug prikken terwijl ik mijn kind probeerde te bedaren of vermanend toe te spreken. Het liefst droeg ik een bordje op mijn rug met: ‘Ik begrijp het ook niet, maar ik doe er echt alles aan zodat hij niet meer zo boos wordt’. Ik heb mij daardoor uiteindelijk heel erg klein gemaakt op het schoolplein. En zo voelde ik me ook. Na zo’n incident, barstte ik thuis meestal in tranen uit. Uit onmacht en radeloosheid.

Na al die jaren kon ik steeds beter analyseren wat er steeds mis ging op het schoolplein. Doorgaans is er behoorlijke structuur op school, en zolang dat volgens planning loopt, gaat het hartstikke goed, maar de vrije momenten: de contacten met klasgenoten buiten het klaslokaal, tijdens de gymles, bij het verlaten van de school: die zijn een stuk onvoorspelbaarder. Na een schooldag, waarop 1 of meerdere onvoorspelbare situaties zijn voorgekomen die mijn zoon als onprettig heeft ervaren,  komt hij doorgaans boos uit school. Zodra hij mij ziet, komt die boosheid er voor het eerst – of nogmaals – uit. Sta ik ook nog eens niet op de vaste plek, ben ik net een minuut te laat, of heb ik net bedacht die picknick in het park te gaan doen na schooltijd, dan is het hek helemaal van de dam. Want het enige wat hij op dat moment nodig heeft, is een voorspelbare moeder.

Ik weet nooit wat de dag gaat brengen. Ik heb geen tijd voor gesprekken op het schoolplein zodra de schoolbel gaat. Ik moet de middag niet volgepland hebben. Eigenlijk is er ook geen ruimte voor een slecht humeur, want ik moet mijn aandacht en focus erbij houden om mijn kind die voorspelbaarheid te geven, die hij zo hard nodig heeft. Ik parkeer altijd op dezelfde plek, en sta altijd op dezelfde plek op het schoolplein. En plan de middag meestal behoorlijk gestructureerd in. Ik zie het tegenwoordig gelijk aan zijn gezicht, of het foute boel is. Diep van binnen voel ik de paniek dan gelijk opkomen. ‘Laat hem alsjeblieft de scheldwoorden inhouden tot in de auto’. Het blijft zo’n naar gevoel.

Ik denk dat die historie, dat gevoel van de afgelopen schoolpleinjaren nooit meer weg gaat, maar ik merk dat als ik met hem meebeweeg op die moeilijkste momenten uit school, dat dat zich terugbetaalt. Dus vlieg ik zo snel mogelijk met hem de auto in, laat hem uitrazen, neem hem mee naar huis en laat hem voorlopig met rust. Dan kunnen we beide op adem komen en een uur later zie ik een nog steeds beetje boos, maar ook vertwijfeld en balend jongetje die zich afvraagt waarom de wereld zo ingewikkeld in elkaar zit. En dan weet ik, dat ondanks dat rotgevoel van binnen op dat schoolplein, dat ik doe wat het beste is voor mijn kind. En is zo’n rustig gesprekje en zijn hoofd lichtjes tegen mij aan, voor mij een vorm van dankbaarheid die ik dan van hem terug krijg. Maar het voelt soms ook als een enorme strijd van ons tweetjes tegen de rest van de wereld.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s