Oude blogs

Gemiddeld groep 6 – 03-01-2018

Iemand met autisme neemt waar in puzzelstukjes. Bij alles wat gebeurt, moet er eerst gepuzzeld worden, voordat de boodschap goed begrepen wordt. In het geval van mijn  oudste zoon, gaat dit puzzelen met een sneltreinvaart waar het feitelijke informatie betreft. Neem bijvoorbeeld rekenen: puzzelen met getallen is voor hem maar op 1 manier interpreteerbaar en dat gaat hem heel erg goed af. Zo goed, dat hij niet onderdoet voor een leerling uit groep 8.

Echter, daar waar het sociale informatie betreft, heeft hij veel puzzelstukjes tot zijn beschikking. Verbale informatie, non-verbale informatie, eerdere herinneringen en ervaringen, de context van het moment, al die losse puzzelstukjes komen tegelijk op hem af. Neemt hij de tijd om na te denken, en stelt hij vragen, dan komt die totale puzzel in beeld. Helaas neemt hij die tijd in de meeste gevallen niet, en maakt hij zijn eigen waarheid op basis van 1 of 2 puzzelstukjes en reageert gelijk. Gaat het om iets wat hij als vervelend ervaart, dan is er geen tijd voor ingrijpen of uitleggen en is zijn reactie al achter de rug. En dat is dan helaas meestal een pittige. Zo een die door de omgeving doorgaans niet zo op prijs wordt gesteld. Zo sociaal onhandig, dat hij niet onderdoet voor een leerling uit groep 4.

Groep 8 en groep 4: Komen we gemiddeld uit op zijn huidige schooljaar: groep 6.

Toen ik nog niet wist dat mijn zoon autisme had, zo’n 4 jaar geleden, corrigeerde ik hem als hij een speeltje afpakte, iets onaardigs zei of een kindje omduwde en legde uit wat wel van hem verwacht werd. Ik voerde de time-out regels uit, ik beloonde met stickers, ik versierde de meest creatieve ‘joepie, ik kan al delen-’ en ‘het lukte om samen te spelen!’-kaarten en hing ze aan de nog hippere beloningsslinger. Het was of er een uur geen gesprek, beloning of ‘time-out’ had plaatsgevonden.

Toen ik nog steeds niet wist dat mijn zoon autisme had (maar wel een vermoeden), zo’n 2 jaar geleden, begon ik sociale situaties tot in detail uit te leggen. Ik probeerde uit te leggen wat er nu precies bij de ander gebeurde, zodat mijn zoon dit beter zou begrijpen, er positiever over zou denken en dus ook anders kon reageren. Het hielp niet.

Toen ik 1,5 jaar geleden wist dat mijn zoon autisme had, liet ik los dat hij zich uit zichzelf zou gaan inleven in sociale situaties. Ik besefte me dat ik hem gedrag moest gaan aanleren. Ik las en leefde me in in zijn belevingswereld en vond veel meer aansluiting doordat ik hem begreep en losliet wat hij echt niet uit zichzelf kon gaan voelen en leren.

Het laatste half jaar is de aanpak nog verder uitgebreid met: Je-mag-alles-denken en je-mag-alles-voelen maar je-moet-leren-dat-je-niet-alles-zomaar-kunt-zeggen-roepen-of-doen. Langzaam maar zeker komen we steeds meer in de buurt van een aanpak waar hij zich in de buitenwereld – ook in sociaal opzicht – mee zou kunnen redden.

Hoe het daadwerkelijk is voor mijn kind, om zoveel in te moeten houden, weet ik niet goed. Totdat ik afgelopen oktober de wedstrijd Feyenoord – Ajax keek. Als Ajaxsupporter. In de Rotterdamse kroeg.

Omdat mijn vriendin en ik ons weekendje-weg in Rotterdam nog niet wilden beëindigen, zitten we die zondagmiddag bedeesd tussen de Feyenoordfans en doorstaan tenenkrommend alle Feyenoord-fanhits.

Mijn vriendin denkt nog dat ze best wel kan juichen als Ajax scoort. Maar daar komen we snel van terug. Binnen een minuut of 10 na de start van de wedstrijd begin ik me ongemakkelijk te voelen. Ik fluister in haar oor dat we maar beter niet kunnen laten merken dat we voor Ajax zijn. Uiteindelijk slaagt ze erin om een zeer overtuigende boze vuist op tafel te slaan als Feyenoord een penalty mist. Een knap staaltje acteerwerk.

Daar, in die Rotterdamse kroeg, voel ik hoe het is om niet mijzelf te kunnen zijn. Me anders voor te doen dan ik ben. Mijn emoties in te houden.

Ik denk aan mijn zoon. En voel met hem mee. Ik voel zijn frustraties, de opgekropte emoties, zijn strijd en zijn harde werken.

Uiteindelijk wordt Feyenoord dik ingemaakt. Op de wc laten we ongezien een souvenir achter (we love Ajax, grin) En dan vluchten we heel stoer zo snel mogelijk de kroeg uit. Op straat voelen we ons bevrijd en roepen heel hard ‘Yes!’. Want uiteindelijk, willen wij ook gewoon lekker onszelf kunnen zijn.